WEL OF GEEN KOOLHYDRATEN

Eén cappuccino graag‘, vraag ik in mijn fietskleren aan de dame in het Amsterdamse Bos bij een sympathiek etablissement, ‘en doe er maar zo’n stukje cake bij‘, zeg ik er bijna fluisterend achteraan. Drie dagen heb ik me strikt gehouden aan de tips en gerechten van William Cortvriendt.

Ik at veel eiwitten, veel vet en nauwelijks koolhydraten. Het was geen straf, ik at heerlijk, had nooit honger en als ik een boek las, onthield ik wat er stond. Het ging dus prima.

Tot ik op de vierde dag een rondje ging fietsen met goede vriend Willard T. Hij had twee handen losjes op het stuur en praatte honderduit. Over zijn weekend. Over zijn werk. Over het ontstuimige weer. En ik had het zwaar. Maar we fietsten niet hard.

En ook niet lang.

Toch was ik dolblij toen Willard een lekke band kreeg ik en ik even kon uitrusten.

‘Dat malle dieet van jou is niet geschikt voor sporters’, lachte Willard.

Geen pasta, geen rijst, geen pannenkoeken en nauwelijks brood. Ik ben bewust met de tips van Cortvriendt aan de slag gegaan ná mijn 60-kilometer-avontuur.

Zodat ik met voeding rustig kon opbouwen (of liever afbouwen).

Ik had niet verwacht dat ik gevloerd zou worden door een rustig fietsrondje van nog geen 50 kilometer. Maar ik heb een fringale alsof ik zonder te eten de Col de la Madeleine, De Galibier én Alpe d’Huez ben op gefietst met een aanlopend remblokje.

En mijn werkdag moest nog beginnen.

Dus toen ik het Amsterdamse Bos binnenreed (Willard was inmiddels afgeslagen naar zijn kantoor in Amstelveen) ben ik even gaan zitten met een cappuccino en een mierzoet plakkie cake. Iets anders hadden ze niet.

Na deze cake ben ik nog een paar keer de mist in gegaan. Een gewoon koekje bij de koffie kan ik best laten liggen, maar als er een verrukkelijke cantuccini op een schoteltje ligt, dan steek ik die toch in mijn mond. En in het weekend ging het een keer mis met bier, brood met pesto en zelfs een scone op een feestje.

Voor het gemak was ik even vergeten dat eten niet enkel voeden is, maar ook vermaak of bestrijding van verveling.

Gelukkig had ik een afspraak staan met Maaike de Vries. De directrice van 'Keer diabetes type 2 om' heeft de Jungfrau marathon gelopen en kieperde de koolhydraatrepen die ze op de expo kreeg in de prullenbak omdat ze al maanden leefde op gezonde vetten en eiwitten en nauwelijks koolhydraten at. De fitte directrice moedigde me aan om het serieus aan te pakken, ze voelt zich fitter dan ooit sinds ze haar eetpatroon heeft aangepast en is er een boek over aan het schrijven.

 

Met goede moed fietste ik na de afspraak naar huis. Toch wilde ik voorkomen dat ik na een rondje fietsen als een vaatdoek de dag in ging. Dus ik mailde William Cortvriendt met de de volgende vraag:

 

Adviseert u ook fanatieke duursporters de gerechten uit Hoe word je 100, of raad je duursporters toch wat meer koolhydraten aan? Heeft u leestips over dit onderwerp? Een Phinney en Volek komt vaak terug in de leestips: The Art and Science of Low Carbohydrate Performance. Kent u dat? Hopelijk vindt u tijd mijn vraag te beantwoorden.

 

Nog geen uur later heb ik een uitgebreid antwoord van William Cortvriendt:

 

Uiteraard mag je me deze vraag stellen die heel veel te maken heeft met datgene wat ik propageer. Het gaat om het volgende:

 

Heel lang heeft de sportwereld gedacht en eigenlijk nog steeds dat je de energie dient te halen uit glucose verbranding er dat je daarvoor zoveel mogelijk glycogeen voorraad in je spieren en lever nodig hebt om het zo lang mogelijk uit te houden waarna je op tijd zoete energiedrankjes, gels etc moet nemen om te voorkomen dat je ‘hongerklop’ krijgt.

 

Nu is de maximale glycogeenvoorraad zo ongeveer 1.200 – 2.000 kcal (sommige duursporters zullen 2.500 halen), onvoldoende voor wat een wielrenner of lange afstandsloper gebruikt, dus die drankjes etc. hebben hun functie.

 

Echter, evolutionair zitten we veel slimmer in elkaar! We kunnen namelijk behalve glucose ook vetten verbranden en daar hebben we veel meer Kcal van. Zelfs de magerste persoon heeft voldoende lichaamsvet om diverse marathons achter elkaar te lopen zonder in principe bij te eten. Echter… je lichaam moet dan wel afgestemd zijn om vetzuren te verbranden en beter nog, om uit vetzuren zogenaamde ketonen te maken die we uitermate goed kunnen verbranden. De natuur heeft ons zo ontworpen dat we bij langdurig vasten omdat er geen voeding was, we niet moe en met hongerklop rond strompelen en daardoor geen prooi meer kunnen vangen. We zouden dan allang zijn uitgestorven. Neen, we gaan dan juist over op het aanmaken en verbranden van ketonen die ons veel energieker maken hetgeen evolutionair logisch is.

 

Hoe meer we voedsel nodig hebben hoe meer we in de turbostand gaan om die voeding te kunnen vangen. Waar glucose het wint van vetzuren/ketonen is de explosiviteit. Ussain Bolt zal in ‘zijn 10 seconden’ glucose gebruiken, Tom Dumoulin zou vooral vetzuren en ketonen moeten verbranden om optimaal te kunnen presteren (en misschien kan hij daarom nog wel veel beter…).


Sommige sporters zoals Novak Djokovitz hebben begrepen hoe je voor een lange vijfsetter meer energie kunt krijgen. Je gaat in plaats van bergen spaghetti juist koolhydraatarm eten waardoor je lichaam leert om vetzuren te verbranden en (beter nog) om uit deze vetzuren eerst  ketonen aan te maken. Deze ketonen zijn de schoonste en meest efficiënte brandstof voor ons lichaam waardoor je hersenen beter gaan werken (ketonen helpen bijvoorbeeld prima tegen epilepsie!), de door sommigen omschreven ‘brain fog’ verdwijnt en de vetzuren en ketonen kunnen je schier eindeloos door laten lopen of fietsen. B

 

Bram hoeft dan niet eens dat croissantje te eten voor de marathon, hij kan het alleen met een kop koffie af (plus voldoende water naar ik aanneem…). Ik heb dat zelf ondervonden bij mijn trans Amerika fietstocht. Mijn maximum actieradius was altijd pakweg 70-80 km en dan was ik volledig leeg, ongeacht wat ik onderweg at. Pas nadat ik ‘ketogeen’ ben gaan eten kon ik gewoon door blijven fietsen zonder bij te eten en heb ik besloten dat ik de pakweg 5.500 km aankon.

 

Ik heb zelf twee boeken van Phinney en Volek, de door jouw genoemde titel en ‘The art & science of low-carbohydrate living’. Beide boeken zijn wat mij betreft op dit gebied de beste wetenschappelijke standaardwerken die ik regelmatig gebruik als referentie. Inhoudelijk zeer goed, maar qua schrijfstijl helaas niet toegankelijk voor iedereen.

 

Ok. Ik weet wat me te doen staat...

 

De tweede week ben ik strenger (alleen vrijdagavond ging het mis met mijn ooms en neef in een café in Hilversum) en ben ik fitter.

 

 

Door Koen de Jong van Sportrusten, partner van Mindful2.nl